Moeder en zoon

healing_hands01Als wijkverpleegkundige kom ik bijna dagelijks in aanraking met terminale zorg.  Het contact is intensief en ook de thuissituatie is telkens anders. Zo ook bij  mevrouw Z. en haar zoon.

In de nazomer wordt mij gevraagd de zorg op te starten bij een deze mevrouw van 80 jaar.

Ik heb nog geen papieren maar ben telefonisch door het RIO  (Regionaal Indicatie Orgaan) ingelicht. De intake van het RIO is in het ziekenhuis gebeurd. Mevrouw heeft  drie weken geleden een buikoperatie ondergaan. De wond is opengegaan, maar mevrouw heeft erg veel heimwee en wil perse naar huis. Dat kan als de wijkverpleging wordt ingeschakeld. Zij gaat akkoord. Mevrouw woont  erg achteraf  in een boerderij. Bij haar woont nog een zoon van 45 jaar. Deze zoon gaat vroeg naar zijn werk en komt laat in de avond thuis.

Het is goed dat ik een plattegrond van de streek bij me heb en dat ik de omgeving vrij goed ken. Toch blijft het zoeken en uiteindelijk kom ik via een  doodlopende dijk bij een vervallen boerderij aan. Ik laat de auto boven aan de dijk staan en ga het talud af naar het huis. Het is stil en ik loop eens rond. Geen deur die open kan. Ik hoor een hond blaffen. Opnieuw loop ik  rond en uiteindelijk ontdek ik dat de grote staldeur open kan. Via de stal kom ik in de keuken. Niemand. Ik roep. De hond begint weer te blaffen. Ik loop door de gang naar het geluid waar het geblaf vandaan komt. Even aarzel ik om de deur open te doen. De hond springt gelijk tegen me op en een paar katten glippen langs mij de deur door. Ik begin tegen de hond te praten en hij kwispelt met zijn staart. Ik kijk rond en ik weet niet wat ik zie. Een onbeschrijfelijke troep. Overal kleren. Vuilniszakken. Het ruikt naar katten  en bedorven eten.

Midden in de kamer staat een groot tweepersoons bed. Er ligt een vrouw in. Zij zegt “Haal me uit bed en doe iets aan mijn buikpijn”. Ik loop naar haar toe en stel me voor. We beginnen te praten en zij vertelt veel over zichzelf. Haar operatie, haar wond, de boerderij en dat ze een zoon heeft en weduwe is. Ik vraag haar naar de overdrachtspapieren en de verbandmaterialen. Er is niets in huis. De recepten van de apotheek liggen op haar nachtkastje. Gelukkig heb altijd een mandje met verschillende verbandmaterialen en handschoenen bij me. De hond en ik lopen naar de auto en ik neem de spulletjes mee terug. Als ik terug in het huis ben zie ik de keuken pas goed. Het aanrecht staat bomvol en ook hier ruikt het naar bedorven voedsel. In de hoek vuilniszakken die uitpuilen. De vloer is ontzettend smerig. Ik ga weer naar mevrouw toe en stel voor haar te wassen en daarna de wond te verzorgen. Dat vindt ze goed. Ze vraagt of ik een ketel water op het gasstel wil zetten voor warm water. Er is namelijk geen geyser in de boerderij. Met haar aanwijzingen heb ik na een half uurtje alles bij de hand. We lachen er samen om. Ze vindt het wel gezellig zo. Beter dan in het ziekenhuis. Ze zegt dat ze in haar eigen bed wil dood gaan. De dokter in het ziekenhuis heeft gezegd dat ze erg ziek is en niet lang meer te leven heeft. Ze fluistert “ Ik heb K”.

Na de lichamelijke verzorging en de wondverzorging drinken we samen een kopje koffie. Daarna bel ik eerst de apotheek om de recepten door te geven. Ik vraag meteen of zij bereid zijn de medicijnen en de verbandmaterialen  deze middag te bezorgen. Ik bel het ziekenhuis voor nadere informatie en ik neem contact op met de huisarts. Ik vraag ook of ik de zoon mag bellen. Mevrouw geeft aan dat haar zoon op een sociale werkplaats werkt en weinig weet van huiselijke bezigheden. Ik bel het RIO en leg de situatie uit en vraag om gezinszorg en die zo spoedig mogelijk in te zetten. Onderwijl is de huisarts gearriveerd en samen bespreken we de situatie. De huisarts wil haar weer op laten nemen maar mevrouw wil thuis blijven. Ook hij belt een aantal mensen en besloten wordt een aantal dagen af te wachten hoe de situatie zich zal ontwikkelen.

De huisarts schakelt de reinigingsdienst in voor het opruimen van alle vuilniszakken. Een nicht wordt gevonden die samen met de gezinszorg het huis op orde maakt. Een hoog-laag bed en een po stoel worden door de thuiszorg bezorgd. “Tafeltje-dek-je” verzorgt het eten. Alarmering wordt aangevraagd. We spreken af dat de wijkverpleging drie keer per dag komt. Een week later is de situatie redelijk normaal en mevrouw scharrelt weer door haar huis. Ze is dankbaar voor het feit dat zij thuis kan en mag blijven.

Na een aantal weken wordt mevrouw bedlegerig. Haar wond geneest maar haar algehele conditie gaat sterk achteruit. Nachtzorg wordt aangevraagd. Haar zoon krijgt zorgverlof  en zit uren bij zijn moeder aan bed.  De nicht is veel aanwezig en houdt het gezin draaiende. Familie springt bij. Ondanks alle inzet van de gezinszorg, de wijkverpleging, de huisarts en de familie wordt  de overbelasting voor de zoon en de nicht teveel. Elke dag wordt bekeken of het nog verantwoord is. Het is haar vurige wens om thuis te sterven, maar is dit haalbaar?

In een multidisciplinair overleg wordt, na een paar maanden, toch besloten om mevrouw op te laten nemen op een crisis bed. (Dit is een plaatsing in een verpleeg- of verzorgingshuis voor zeer urgente patiënten waarvoor een paar bedden beschikbaar zijn.) De huisarts belt naar een van deze instanties. Mevrouw is verdrietig maar ze begrijpt het wel. Na vele telefoontjes blijkt dat alle bedden bezet zijn. Mevrouw is daar erg blij mee. De zoon wil nu ook zijn moeder thuis laten. Een aantal vrijwilligers worden ingeschakeld. De situatie nu is redelijk beheersbaar.

Echter in de laatste weken tot haar overlijden thuis, verandert de situatie weer. Het worden moeizame weken. De wijkverpleging komt drie keer per dag met een maximum van 3 uur. Gezinszorg is vijf keer per week 4 uur aanwezig. De nachtzorg 8 uur. Toch kan 24 uurs verzorging niet gerealiseerd worden. Vrijwilligers worden overbelast. De nicht en de zoon kunnen het niet meer aan. Nu zou een hospice bij uitstek een uitkomst zijn geweest.

Als ik op dit moment terugkijk op deze verpleegsituatie, wetende dat wij een zorg overeenkomst hebben met Thuiszorg Midden Limburg, dan zou de overstap naar het hospice niet moeilijk zijn geweest. Mevrouw zou 24 uurs verpleegkundige en /of vrijwilligers zorg gekregen hebben. De zoon zou in het hospice kunnen verblijven tot het overlijden van zijn moeder. En moeder zou in alle rust overleden zijn.

Gerry Wijdemans.