Maria en haar meisjes

engelen 2Als wijkverpleegkundige kom ik bijna dagelijks in aanraking met palliatieve terminale zorg. Zorg die gericht is op het verlichten van lijden van mensen in hun laatste levensfase. Zowel lichamelijk, emotioneel, spiritueel als sociaal. Al deze aspecten komen tijdens het stervensproces regelmatig aan de orde. Ook bij Maria.

Maria S. Haar naam zal ik nooit vergeten. Tegen de kerstdagen komt zij altijd weer in mijn gedachten. Maria. Al is al meer dan 20 jaar geleden dat zij overleed. De eerste keer dat ik haar leerde kennen was ze ziek van de chemokuren die zij onderging tengevolge van borstkanker. Ze was jong. 32 jaar. Net zo oud als ik toen was. Zij had twee kleine kinderen. Meisjes van 3 en 5 jaar. Ik twee zoontjes van dezelfde leeftijd. Dat schepte een band. Het raakte mij dat zij ging sterven. Mijn taak was haar te verplegen en haar ongemakken weg te nemen. Haar emotioneel te ondersteunen en te begeleiden. Maria stelde vele vragen. Levensvragen. Wat zou haar te wachten staan  tijdens haar ziekte en  hoe zou zij daar mee om kunnen gaan. Ze was bang om dood te gaan. Ook had Maria veel verdriet dat zij haar kinderen niet zou zien opgroeien. Haar man zou alleen achter blijven. Soms praatte Maria er met haar man over, maar het deed haar verschrikkelijk veel pijn en ik voelde met haar mee.

In de weken die volgden kwam ik bijna dagelijks bij haar. Ik leerde Maria en haar gezin goed kennen. Ons contact was hecht. Maria had ook intensieve verpleging nodig. Zij was erg veel afgevallen. Moe en niet in staat om te lopen.  In het begin keken de meisjes toe als ik Maria aan het verzorgen was. Wilden alles zien op een afstand. Na een kleine week kropen zij op het bed als ik Maria verpleegde. De oudste wilde mamma ook wassen en afdrogen. Een pyjama aangeven. Helpen met mascara en lippenstift. Maria deed zelf lippenstift op bij haar kinderen. Regelmatig werd het een smeerboel en dolle pret. De kinderen praatten over de dood als iets heel natuurlijks. Mamma ging naar de hemel. De oudste; “Ik kom later wel als ik ook groot ben”  De kleinste kroop tegen Maria aan en begon te duimen. We praatten vaak over de dood en over haar kinderen. We lachten veel ondanks al het verdriet dat zij sterven zou.

Toch was er ook meer dan de relatie verpleegkundige– patient. Maria en ik waren ook moeder en vrouw. Als verpleegkundige werd ik geconfronteerd met mijn professionele beperkingen en als moeder met mijn sterfelijkheid. In mijn opleiding had ik geleerd vanuit mijn verstand te redeneren en te werken. Weliswaar met mededogen maar toch. Maria raakte mij als mens. Mijn visie op het stervensproces zoals ik dat geleerd had begon te veranderen. Zorg voor de stervende mens werd voor mij meer dan alleen het medisch-verpleegkundig handelen. Ik ging in op emoties en zingeving: de spiritualiteit zoals dat met een mooi woord heet. En hierin herkende ik ook mijn eigen spirituele behoefte.

Ik werkte toen al, met hart en ziel in de verpleging en vanaf dat moment wilde ik ook de spiritualiteit uitdragen bij het stervensproces van Maria. Kwetsbaar en dienstbaar zijn. Ik wilde haar onvoorwaardelijk liefde geven op de momenten dat zij dat aangaf. Inleven in haar situatie en haar lijden verlichten. Voortdurend balanceerde ik tussen maximale betrokkenheid en  behoud van distantie. En dat wilde ik ook. Het sterven van Maria op Eerste Kerstdag staat voor mij gelijk met het bewustwordingsproces van mezelf. Het belang van de emotionele en spirituele begeleiding van de stervende mens kwam centraal te staan.

Eerste kerstdag overleed Maria omringt door haar man. De meisjes zaten op haar bed. Haar ouders en schoonouders waren ook aanwezig. Vredig is zij overgegaan precies zoals zij zelf aangegeven had. Met een glimlach op haar lippen.

Gerry Wijdemans